Een rijke historie

Vlak na de tweede wereldoorlog bestond DYKA nog niet. Destijds heette het bedrijf ‘Loodgietersbedrijf A. van Dijk’, een bedrijf dat vooral ná de oorlog enorm goede zaken deed. Logisch, want na de oorlog werden de Noordoostpolder en IJsselmeerpolders verder ontwikkeld en was Nederland volop in wederopbouw. Maar de bouw- en installatiematerialen waren destijds schaars en duur. Daarom bedacht dhr. van Dijk een alternatief. Dit nieuwe idee vormde de basis voor DYKA.

Loodgietersbedrijf van Dijk 1957

Eerste kennismaking met kunststof

De eerste keer dat dhr. van Dijk in aanraking kwam met een kunststof buis wist hij het zeker: “Dit zou het materiaal van de toekomst worden”. Kunststof was een relatief nieuw materiaal en aanzienlijk lichter dan het traditionele lood, gres en gietijzer dat tot die tijd werd gebruikt voor leidingsystemen. Bovendien was dit materiaal een stuk makkelijker verkrijgbaar. Er was echter één probleem: hulpstukken in kunststof bestonden nog niet. Gelukkig vond dhr. van Dijk een zakenpartner in Jan Katers, die hem een oplossing bood.

PVC bochten en T-stukken werden ontworpen aan de keukentafel

Jan Katers was als kunststof-technoloog verbonden aan “Het Poppenrijck”, een Steenwijker onderneming waar kunststof Wildebraspoppen werden gemaakt. Een totaal andere tak van sport, maar Jan Katers wist precies wat de mogelijkheden van kunststof zijn. Aan de keukentafel van de familie van Dijk ontstonden de eerste bochten uit warmgemaakte PVC-buis, gevuld met zand om de vorm te behouden. Iets later ontwikkelde van Dijk de eerste T-stukken, gemaakt uit buisdelen. In het jaar 1959 rolden uiteindelijk de eerste spuitgiethulpstukken van de machine.

Uitbreiding filialen

Begin jaren 60 maakte het bedrijf een grote groei door. Afnemers uit verschillende plaatsen hadden interesse in de kunststof buizen en hulpstukken. Dhr. van Dijk speelde daar slim op in en inventariseerde op welke plekken in Nederland de komende jaren het meest gebouwd zou worden. Dat resulteerde in een nieuw filiaal in Nijmegen (waar in de buurt van Arnhem hevig gevochten was gedurende WOII). Niet lang daarna volgden filialen in het platgebombardeerde Rotterdam en in Eindhoven, de universiteitsstad van Philips. In de daaropvolgende jaren trok van Dijk naar nog meer grote plaatsen. Zo ontstond een goed verdeeld filiaalnetwerk dat tot op de dag van vandaag zijn vruchten afwerpt.

Amerikaans avontuur

In 1984 kende Dijka een ‘Amerikaans avontuur’. Dhr. van Dijk kocht in Macon Georgia een stuk grond en enkele loodsen. De extruders, om de benodigde buizen te kunnen produceren, werden vanuit Nederland per container verstuurd naar Amerika. De Amerikaanse douane liet de containers het land echter niet in omdat ze dachten dat de spullen uit Oost Europa kwamen. Daarom besloot van Dijk een bedrijfsnaam te ontwikkelen die geschikt was voor de Amerikaanse markt. Zo ontstond de naam DYKA in combinatie met het huidige beeldmerk. Aan het Amerikaanse avontuur kwam al snel een einde. Ons goedkope product werd al snel te duur door de grote afstanden die het moest afleggen richting de verschillende afnemers in Amerika. De naam DYKA is echter altijd blijven bestaan.

DYKA krijgt nieuwe eigenaar

In 1987 heeft de familie Van Dijk de DYKA bedrijven te koop aangeboden. De nieuwe eigenaar was een joint venture genaamd Limburgse Vinyl Maatschappij. Het Nederlandse D.S.M. (De Staats Mijnen) en het Belgische Tessenderlo Chemie kochten allebei 50% van de aandelen. Toen DSM in 1989 aangaf weer terug te willen naar de corebusinnes ‘het delven en maken van grondstoffen van delfstoffen’ was er voor DYKA als converter (van grondstof tot eindproduct) geen plaats meer bij DSM. Het 50% aandelen pakket van DSM werd verkocht aan Tessenderlo Chemie die daarmee 100% eigenaar werd van de DYKA bedrijven.